186
Christian Cay Lorenz Hirschfeld werd in 1742 te Nüchel in Holstein als Deensch
onderdaan geboren. Hij bracht het tot ‘königlicher Dänischer wirklicher Justizrath
und ordentlicher Professor der Philosophie und der schönen Wissenschaften’ te
Kiel. Zijne studiejaren (1760-'63) bracht hij te Halle door, welke stad hij in 1763
verliet, om de betrekking te aanvaarden van Informator van twee prinsen en eene
prinses van Holstein-Gottorp, die bij een oom te Lübeck woonden. In 1765
onderneemt hij met zijne vorstelijke pleegkinderen eene reis en woont vervolgens
gedurende twee jaren met hen te Bern. Als in 1767 een cabaal zijn ontslag bewerkt,
verhuist hij naar Leipzig, waar hij gedurende twee jaren, in geregelden omgang met
verscheidene geleerden, van de pen leeft. In 1769 volgt dan zijne benoeming door
de Russische keizerin - destijds landvoogdes van Holstein - tot secretaris van het
Curatorium der Kielsche hoogeschool en tevens tot hoogleeraar in de philosophie
aldaar. Van dat oogenblik dateert zijn besluit, de tuinbouwkunst uit haar verval op
te heffen. Daartoe schreef hij in 1773 een werk ‘Über die Landhäuser und über die
Gartenkunst’ en in 1779 de ‘Theorie der Gartenkunst’. Daartoe ondernam hij in 1780
eene reis naar de Deensche lustsloten en in 1783 door een groot deel van
Duitschland en Zwitserland. Daartoe eindelijk stichtte hij in 1784 de
‘Vruchtboomschool’ te Düssernbrock bij Kiel. Zijne liefde voor de natuur was groot,
daarnaast ook zijne neiging om te moraliseeren. Daarvan getuigen zijne meer
algemeene geschriften ‘Das Landleben’ en ‘Der Winter’. De Theorie der
Tuinbouwkunst zette hij voort in den vorm van een jaarlijks te Kiel verschijnend
‘Taschenbuch für Gartenfreunde’, waarvan ik den vijfden jaargang in de
Universiteitsbibliotheek alhier vond. Het bevat eene opgave der in het afgeloopen
jaar verschenen geschriften over tuinbouwkunst, eene opsomming van in
verschillende streken voorkomende plantensoorten (Sumatra, Guiana, Suriname,
Nigritië, Sicilië, Toscane, Beieren, Denemarken) en eene beschrijving van een aantal
buitenplaatsen onder den titel ‘Fortgänge und
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Comentários a estes Manuais