Ansel VS211 Manual do Utilizador Página 64

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 321
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 63
63
Ook in de zinnen met omvangrijker scheiding van S. en V. dan ‘ne’ alleen, is het
rhythme heel anders:
1110/1 Een rídder hem doe hálen ginc/ Enen scacht...
4037/8 Pénnevare in córter wílen/ Hadde gescreden die 7 milen.
Ook bij de zinnen met enkelvoudig verbum blijkt duidelijk, dat het bijzondere
rhythmische type beperkt is tot de gevallen met pronominaal subject en ‘ne’ als
scheiding van S. en V. We citeeren enkele zinnen met nominaal subject, omdat ook
hier weer de eigenaardige splitsing van den zin door de verscheiding valt op te
merken; ook hier ontstaat weer het bekende type van het syntactische schema S....
V., nl. :
1141
Ferguút ten cóninc órlof nàm
Ende ane alle sine man.
2202
Ferguút vollec dánen rèet
Scilt ane hals speer in die hant.
3431/2
Dat serpént vollijc ópscòet
Verbolghelike.
5110/1
Die rídder biden tógel nàm
Dat ors.
5227/8
Mijn her Kéye den rídder stàc
Up sinen scilt.
Wanneer het verbum niet het eerste vers afsluit, is het getal der heffingen onbepaald,
het rhythme neutraal:
25/6 Twée gheséllen noyt éer/ Ne minden mallijc andren meer
1836/7 Scílt no hálsberch méer dan een vél/ Sone halp den ridder niet.
We komen dus ten opzichte van
de zinnen zonder aanloop met oude woordschikking
tot de volgende slotsom:
1. De zinnen met ‘ne’ tusschen S. en V., met pronominaal subject vertoonen een
sterk sprekend rhythmisch type. Dit type onderscheidt zich door:
a.
onbetoond verbum finitum.
b.
zwaar betoonde substantiva.
c.
Stijgend rhythme.
d.
zware heffing aan het vers-(zins)einde.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vista de página 63
1 2 ... 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 ... 320 321

Comentários a estes Manuais

Sem comentários