Ansel VS211 Manual do Utilizador Página 63

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 321
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 62
62
We beginnen met de belangrijkste groep, zinnen met ‘ne’ van éen vers, met
pronominaal subject:
276 Hine wilde daer hebben niémens cómen
1095 Hine mochte niéuwer sijn verwónnen
1181 Sine mochte niet sijn bét dan in háre
1269 Sine dorste hem gewágen níet
1584 Hine canne gebínden ane die sténe
2216 Hine conste noit vínden sijn genóet
2530 Hine hadde niet sulke stéke geléert
2613 Hine hadde géten in drién dágen
3044 Hine hadde gedrónken in twáelf dágen
3461 Hine conste sijn huút niet ontgínnen
4112 Hine conste die swérde niet dorsíén
4763 Hine lieten rústen, léttel no véle.
Al deze verzen hebben het type: of .
Er zijn een aantal verzen, vooral met een infinitief aan het zinseinde en ‘niet’ als
heffing, waar de derde heffing minder zwaar lijkt:
327 Hine consten níet vórt gedrìven
2052 Hine salse níet verdríven cònnen
3480 Hine conster niét wel uút geràken
3597 Hine liet den róse hem niet còmen
3740 Hine wilt níet in vérsten lèggen
3764 Hine dorste heme niét náerre gaèn.
Maar vlotter klinkt het vers met ‘niet’ in de daling; het rhythmische type blijft dan in
beginsel gehandhaafd.
Zoodra het subject nominaal is, vervalt de eigenaardige inleidende daling:
455 Die dórpre en wilde némmer béiden
557 Die knápe en conste hem níet wáchten
3230 Die díeve en consten hem niét ontwínken
3802 Ferguút en dorst niet nópen.
4856 Die cóninc en wilde hem níet ontcléiden
5475 {Niéman en dorste jégen hem cómen
{(Niéman en dorste jégen hem còmen)
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vista de página 62
1 2 ... 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 ... 320 321

Comentários a estes Manuais

Sem comentários