Ansel VS211 Manual do Utilizador Página 9

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 321
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 8
8
gevallen vermoed Ts. 32, 297 vlg. Als eenigszins er tegen pleitend voerde ik aan
ags.
ánmód
‘unanimous; resolute, brave, fierce; obstinate’; dit wordt nl. nog door
Sweet als één woord opgegeven, maar prof. J.H. Kern schreef mij, dat
anmód
in
den zin van ‘resolute, proud enz.’
ă
heeft, blijkens
onmód
‘contumax OETexts 48,202
en Gúđlác 717, en dus een ander woord is dan
ánmód
‘unanimous’ (vgl. ook
onmédla
,
anmédla
‘pride enz.’). Intusschen, ook zonder door dit woord gesteund te
worden is de opvatting van os.
ên
- als num. niet onmogelijk, al schijnt compositie
daarmee primair beperkt tot adj. op -
ig
, -
i.
En tegen mijn opvatting voerde Kern als
eerste bezwaar aan, dat
ên
- en
êgin
- niet naast elkander schijnen voor te komen.
Daarop bleek mij dat toch één vrb. te vinden is; dat is niet minder dan wij bij het
gering aantal dgl. woorden mochten verwachten. Het Mnd. Wb. Nachtrag vermeldt
eigenpessich
‘proprii tenax iudicii’ naast
ênpassich
in gelijke bet., dus juist een in
bet. tot
ênstrîdig
naderend woord. Mnl.
eenpassich
(op één plaats) beduidt hetzelfde;
waar Verdam vraagt: ‘Vanwaar?’ zal ik mij niet aan een bepaald antwoord wagen,
maar daar
pas
‘stap, weg’ en
passen
‘schikken, voegen, inrichten’ in 't mnl. en mnd.
gangbaar waren, laat zich toch vermoeden dat men het woord oorspr. gevoeld zal
hebben als ‘zijn eigen weg gaand, op eigen wijs de zaken inrichtend’. Gelijk Verdam
zegt dat mnl.
eenwille
‘eigenzinnigheid, koppigheid’ wel uit
eenwillich
zal zijn afgeleid,
zooals o.a.
baldaad
uit
baldadig
, zoo mag gelijke verklaring gelden voor Teuth.
eynpas
‘hardnekkigheid’ naast Teuth.
eynpassich
,
eynpessich.
Doch naast het syn.
eynmoit
ald. vinden wij nergens een adj.; het subst. is als ‘eigen neiging’ dan ook
begrijpelijk, en ook gron.
ijnmoud
(Ts. t.a. pl.) heeft geen adj. naast zich. Aan dit
woord is des te meer te hechten nu aan de opvatting van het eerste lid als num. de
steun van
ánmód
ontvalt. (Nwfri.
ynmoed
zal eer ontleend dan vanouds
gemeenschappelijk ontwikkeld zijn; 't adj. -
ich
in 't Fri. Wb. (citaat: hij bad zoo -
ich
)
is, naar Friezen mij verzekeren, een fabrikaat, en
ynmoed
hoort in gelijke uitdr. thuis
als
ijn
-
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vista de página 8
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 320 321

Comentários a estes Manuais

Sem comentários