196
kelen. Bij Hirschfeld zijn dit, behalve de oorspronkelijke ingeschapen deugden van
het menschdom (vgl. n
o
. 17), vooral wijsheid, tevredenheid (n
o
. 14) en
zelfbeheersching (n
o
. 13): ‘Die Zufriedenheit hat allein in der Weisheit und Unschuld
der Sele, in einem Herzen, das sich immer der erfüllten Pflicht bewusst ist, das seine
Begierden beherscht, und die grosse Kunst, sich zu vergnügen, versteht, ihre Quelle;
und sie ist unsre beste Begleiterin, wenn wir unsern Landhäusern entgegen eilen
.... In den Besitz eines kleinen Landes, das uns ernährt, einer Gresundheit, welche
die Munterkeit des Geistes unterstützt, einer Anzahl von Freunden, die Weisheit
und Adel der Sele haben, einer Bibliothek, die uns in dem Schönen und Guten
unterrichtet, und eines Gewissens, das über jede Freude neue Anmuth streut,
vergessen wir die Ergötzungen der Höfe, und die Gunst der Könige’. Bij Post
natuurlijk weer dezelfde opvatting, alleen met het zooeven reeds aangegeven
onderscheid: het zijn niet zoozeer de praktische deugden, die Emilia en Euphrozyne
tijdens het buitenleven ontwikkelen, het is naast de sentimenteele vriendschap, die
met de natuur niet in onmiddellijk verband gebracht wordt, in de eerste plaats het
godsdienstig gevoel. Zoo schrijft Euphrozyne aan hare vriendin, die zij na haar
vertrek van Zorgenvrij in de eenzaamheid wil troosten: ‘Zet uw hart weer open voor
den invloed van de natuur en den Godsdienst’ (br. 40). Het tertium comparationis
is klaarblijkelijk meer de liefde voor de natuur dan wel de moreele consequenties
daarvan. Uit dien zin voor het natuurlijk leven wordt bij beide schrijvers geboren
eene warme belangstelling voor bloemen en dieren. Men leze bij Post br. 17, 22,
24, 32, waar het aanschouwen van bloemen en vogels, visschen en insecten haar
tot een diep-zedelijk natuurbesef brengt. Evenzoo Hirschfeld in n
o
. 18, 22, vooral
over de insecten. In n
o
. 18 verhaalt Hirschfeld van eene wandeling, waarbij weldra
eene schare van muggen, vliegen, vlinders en bijen om hem heen gonst. Hij
verdraagt het onaangename, dat ze hem bezorgen, gaarne, daar ze hem tot allerlei
overpeinzingen brengen.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Comentários a estes Manuais