Ansel VS211 Manual do Utilizador Página 202

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 321
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 201
201
schrijving der begrafenis in br. 10, aan Emilia's smart over den dooden boom (br.
10), aan den dood van een boerenknaap (br. 14) en van Euphrozyne (br. 53), aan
Emilia's ongelukkige liefde (br. 30), aan het graf onder de treurwilg (br. 31). Gelijk
te verwachten is, zijn bij Hirschfeld nog geene sporen van dergelijke overgevoeligheid
te ontdekken; waar Post zich aan die liefhebberij overgeeft, kan zij zich Hirschfeld
niet tot voorbeeld gesteld hebben. Eénmaal haalt deze Young aan, doch eenvoudig
om eene karakterschildering weer te geven. De sentimentaliteit zou dan ook bij het
pastoraal karakter van ‘Das Landleben’ allerminst passen. Het is Hirschfeld er
uitsluitend om te doen, blijde gevoelens weer te geven, en waar bij hem het landvolk
optreedt (n
o
. 21), geschiedt dat alleen opdat zij zich verheugen over de vrijheid der
Zwitsers en het geluk, dat hun de veldarbeid verschaft.
Het tweede verschijnsel, waarop gewezen moet worden, ligt dieper. Als moralist
is Hirschfeld volgeling van den Spectator en dus vóór alles introspectief. Van
Montaigne af is het essay in de eerste plaats zelfbeschouwend geweest, en ook bij
Hirschfeld treedt die eigenschap duidelijk in het licht. Hij trekt uit de natuur zedelessen
en houdt zich zelf de deugd voor. Vandaar dat andere menschen en de verhouding
tusschen de menschen onderling bij hem nauwelijks ter sprake komen. Waar anderen
in ‘Das Landleben’ optreden zijn ze vrijwel litteraire typen, geene met liefde
behandelde levende werkelijkheden. In n
o
. 3 worden zes typen beschreven van
lieden, die het landleven niet weten te genieten: Crispil de vadzige, Axel de geldwolf,
Stargon de wellusteling, Anith de hartstochtelijke jager, Oront de dronkaard en Fulvia
de coquette (de twee laatste zijn aan Gessner resp. Young ontleend). Deze
beschrijvingen zijn niet anders dan beknopte ‘caractères’. Van de vrienden des
schrijvers (n
o
. 15) wordt alleen een zekere Aspasio nader beschreven. Hij wandelt
als een tweede Montesquieu tusschen de hutten rond, bestudeert er de eenvoudige
zielen, die in hem een vader en leermeester gaan zien, doordat hij hen over allerlei
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vista de página 201
1 2 ... 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 ... 320 321

Comentários a estes Manuais

Sem comentários